Ylvie Fros

'De paarden eten niet meer alleen gras, maar bijvoorbeeld ook de toppen uit distels. Je ziet ze zoeken naar het hapje van de dag'

We zitten hier nu 17 jaar. Mijn werk bestond tot een paar jaar geleden uit het trainen van paarden en lesgeven. Daar hebben we nu een voedselbos, een moestuin en kampeerplekjes bij gekregen. We zijn daarom met de kudde afgeschaald; van 24 naar 12 paarden.

Toen we hier kwamen wonen was dit alles nog een vlak grasland met een dun humuslaagje van misschien een paar centimeter. Met vooral veel zuring en mos, dat nog 1 à 2 keer per jaar met drijfmest werd bemest. Toen wij hier kwamen hebben we het eerst met de botte bijl even helemaal laten doorploegen en gereset. Daarna hebben we de bodem met kleimineralen en zeeschelpengruis behandeld. En ingezaaid met een biologisch kruidenmengsel.

Ik heb geleerd dat je op de natuur moet vertrouwen: dat de soorten die hier willen groeien, dat die wel komen

Vanaf dat moment hebben we het misschien één keer doorgezaaid. We laten de kruiden vooral zichzelf doorzaaien. Begrazing doen we pas nadat het gras en de kruiden in het zaad staan. De paarden gaan dus in juli of augustus de wei op. Dat rouleren we, met elk jaar een ander stukje dat ze het eerst krijgen. We doen dus niet aan strookbegrazing. Omdat ik wil dat ze de mogelijkheid krijgen om zelf hun eten te zoeken en kiezen. Zoals hier; dit was heel hoog gras, en dan maken ze er zelf paadjes doorheen. Dan ligt er hier en daar geknakt hooi in de wei. Het oude gras wordt dan vanzelf weer voeding voor de bodem.

Een aantal kruiden in het mengsel hebben het niet gedaan, of zijn na het eerste jaar niet meer teruggekomen. Daarover was ik toen heel erg teleurgesteld, want je investeert in een duur, biologisch mengsel. Maar daarbij heb ik geleerd dat je op de natuur moet vertrouwen: dat de soorten die hier willen groeien, dat die wel komen. En dat je dat niet hoeft te forceren. Dat heb ik ook bij ons voedselbos gemerkt: als je een perenboom plant en die gaat dood, dan lukt het het jaar daarna ook niet. Dan wil die peer daar gewoon niet zijn en zul je het op een andere plek moeten proberen.

Voor mijn kinderen is brandnetelsoep hun lievelingssoep

Waar ik eerder stress van kreeg zijn de distels en de brandnetels. Tot ik zag hoe ontzettend blij mijn paarden zijn met het eten van de distelbloemen. Ze reiken er zelfs tot over het hek naartoe. En voor de biodiversiteit: de distelvlinder en andere insecten die daaropaf komen, daardoor zie ik het al lang niet meer als onkruid. De brandnetels ook niet, die tieren hier allemaal welig. Voor mijn kinderen is brandnetelsoep hun lievelingssoep. Op de plekken waar de paarden ze niet eten, daar rooien we de brandnetels en hangen we ze te drogen. En die kunnen we in het winter weer aan het hooi toevoegen, zodat ze het dan ook nog hebben.

De enige twee ongewenste kruiden die we actief beheren zijn de Jacobskruiskruid en de zuring. Daarbij knip ik alleen de bloemen eruit. Het eerste jaar is de plant een rozet die gewoon kan blijven zitten. In het tweede jaar van de cyclus, als de plant in bloei gaat, knip ik de bloei af en sterft de plant af. Dan komt de plant op die plek niet meer terug. We doen dit vooral om het verspreiden van het zaad te voorkomen. We maken hier geen hooi. De verse planten die hier staan, daar komen de paarden niet aan.

Beeld: kruiden in de paardenweide

In de zomer leren jonge torenvalken jagen in ons weiland

Sinds we kruidenrijk grasland hebben zie ik verschil in het gedrag van de paarden. Zodra ze de wei in gaan zie je het aan het voedselzoekgedrag. Ze eten niet meer alleen gras, maar bijvoorbeeld ook de toppen uit de distels. Je ziet ze echt zoeken naar het hapje van de dag. Ze eten dan ook gefaseerd: eerst de klavertjes eruit, daarna het gras en op een gegeven moment wordt het veel weegbree. Per paard is het snoepje van de dag weer anders. Het is leuk dat ze nu zelf kunnen bepalen wat en hoe ze eten.

Ik ben zelf bioloog, dus voor mij is de kleine flora en fauna altijd een erg belangrijk voordeel geweest van kruidenrijk grasland. Wat ik zie is een toename van vlinders, solitaire bijen, hommels, vogels. Echt waanzinnig. Het gras is veel minder kort en aangestampt, dus we hebben ook meer muizen. Daardoor hebben we nu ook een familie torenvalken, die in de zomer de jongen leert jagen in ons weiland.

Ook ondergronds is er meer leven. Pissebedden, regenwormen, engerlingen en andere soorten rupsen en larven. Als je een schop in de grond zet, heb je direct een hele hand aan levende dieren.

Als paardenhouders nu zouden beginnen, zou ik hen adviseren: ken je bodem. Het type bodem en wat daar het beste bij past. En ken je kruiden: zorg dat als je een jaar later rondloopt, je nog weet wat kamille, koriander en wilde peen is. Heb geen stress als het niet allemaal gaat zoals je wilt of het niet allemaal opkomt. Ik heb nu kruiden in mijn wei die niet in het mengsel zaten, maar het er wel goed doen. Geen idee hoe ze er zijn gekomen. Als je het zijn gang laat gaan, komt daar altijd wat natuurlijks en moois voor terug. En maai of begraas vooral niet te vroeg, geef de kruiden de kans om uit te zaaien. Anders moet je elk jaar weer doorzaaien en dat is ook niet natuurlijk.

Over de boerderij

Contactpersoon

Ylvie Fros

Soort bedrijf

Paardenhouderij, voedselbos & recreatiebedrijf

Plaats

Lunteren; www.paardenvakantielunteren.nl